Dat is misschien wel één van de meest gestelde vragen die ik krijg.
“Hoe vaak oefen je een nieuwe truc?”
Het antwoord verrast mensen vaak.
Want meestal oefen ik niet zozeer een nieuwe truc.
Ik oefen vaardigheden.
Laat ik het zo zeggen.
Als iemand een gitaar oppakt, leert die persoon niet direct honderd liedjes. Eerst komen de akkoorden, ritmes en technieken. Zodra die basis er is, wordt het leren van nieuwe nummers steeds makkelijker.
Bij goochelen werkt dat eigenlijk hetzelfde.
Veel mensen denken dat iedere truc volledig op zichzelf staat. Alsof een goochelaar voor elk effect weer helemaal opnieuw moet beginnen.
In werkelijkheid bestaat goochelen uit een enorme verzameling fundamenten.
Grepen.
Controles.
Wissels.
Forceringen.
Psychologische principes.
Publieksmanagement.
Timing.
Aandacht sturen.
En ga zo maar door.
Tijdens je ontwikkeling als goochelaar verzamel je die bouwstenen langzaam. Iedere nieuwe techniek geeft weer toegang tot tientallen nieuwe effecten.
Na verloop van tijd ontdek je iets bijzonders.
Er zijn vaak tientallen manieren om exact hetzelfde resultaat te bereiken.
Soms zelfs honderden.
Twee goochelaars kunnen exact hetzelfde effect uitvoeren, terwijl hun methode volledig verschillend is.
Het publiek ziet hetzelfde eindpunt.
De route ernaartoe is compleet anders.
Een mooi voorbeeld hiervan is mentalisme.
Stel dat ik wil weten aan welk woord iemand denkt.
Veel mensen denken dat daar één methode voor bestaat.
In werkelijkheid zijn er vaak meerdere manieren om hetzelfde eindresultaat te bereiken.
Soms observeer je gedrag.
Soms stuur je een keuze subtiel in een bepaalde richting.
Soms krijg je onderweg informatie.
Soms gebruik je een volledig andere techniek.
En vaak combineer je meerdere methodes tegelijk.
Dat betekent ook dat wanneer één route niet werkt zoals verwacht, je niet direct vastloopt. Je schakelt simpelweg over naar een andere route.
Het publiek ziet uiteindelijk hetzelfde effect: iemand denkt aan een woord en jij blijkt dat woord te kennen.
En dat brengt me bij iets wat veel mensen niet weten.
Goochelaars zijn vaak veel minder bezig met de methode dan andere goochelaars denken.
Wij zijn bezig met het effect.
Sterker nog, soms heb je twee volledig verschillende versies van hetzelfde effect.
De ene versie gebruikt ingewikkelde technieken, lastige timing en jaren ervaring.
De andere versie is veel eenvoudiger.
Maar als de toeschouwer exact dezelfde ervaring beleeft, maakt die keuze dan eigenlijk uit?
Voor de goochelaar misschien wel.
Voor het publiek meestal niet.
Dat komt omdat mensen een effect heel anders onthouden dan wij als uitvoerders.
Vaak herinneren mensen zich vooral het begin en het einde.
Het midden vullen ze later zelf in.
Daardoor worden effecten achteraf vaak nóg indrukwekkender wanneer ze worden naverteld.
Een toeschouwer vertelt niet welke controle er werd gebruikt of welke techniek werd toegepast.
Die vertelt:
“Ik dacht aan een woord en hij wist het.”
Of:
“Mijn kaart zat ineens op een plek waar hij onmogelijk kon komen.”
Of:
“Ik hield het voorwerp zelf vast en toch gebeurde het.”
Dat is de essentie.
En juist daarom is de moeilijkste methode niet altijd de beste methode.
Soms bereik je met een eenvoudige route exact hetzelfde eindresultaat.
Niet omdat techniek onbelangrijk is.
Maar omdat de ervaring van het publiek uiteindelijk belangrijker is.
Binnen de goochelwereld wordt vaak gezegd dat goochelaars jarenlang oefenen op bewegingen die het publiek nooit zal zien.
Een jongleur oefent een moeilijke techniek zodat het publiek kan zien hoe knap die is.
Een goochelaar oefent een moeilijke techniek zodat niemand ooit merkt dat die bestaat.
Maar hoe goed je techniek ook is, uiteindelijk leer je de belangrijkste lessen niet thuis.
Die leer je voor echt publiek.
Publieksmanagement.
Improviseren.
Timing aanpassen.
Omgaan met onverwachte reacties.
Weten wanneer je moet vertragen.
Weten wanneer je juist door moet pakken.
Dat leer je niet uit een boek.
Dat leer je door op te treden.
En precies daarom geloof ik dat praktijk uiteindelijk van een goochelaar een professional maakt.
Want ieder publiek is anders.
Iedere zaal is anders.
Iedere groep reageert anders.
En hoe meer verschillende situaties je meemaakt, hoe meer oplossingen je ontwikkelt.
Dat is uiteindelijk waar ervaring voor zorgt.
Niet dat je één manier kent om iets te doen.
Maar dat je zoveel mogelijkheden hebt verzameld dat je altijd een weg naar het effect kunt vinden.
En misschien is dat wel het grootste geheim van oefenen.
Niet dat je één truc steeds beter leert.
Maar dat je steeds meer manieren leert om verwondering te creëren.