Dat hoor ik vaker dan je misschien zou denken.
Niet iedere week.
Maar vaak genoeg.
Soms nog voordat ik überhaupt begonnen ben.
“Ik hou eigenlijk niet van goochelaars.”
Ik snap dat ergens wel.
Veel mensen hebben een bepaald beeld van een goochelaar.
Een hoge hoed.
Een konijn.
Een paar kaarten.
Of iemand die vooral bezig is met trucjes en veel minder met mensen.
Dat beeld bestaat nog steeds.
Maar het heeft vaak weinig te maken met wat ik daadwerkelijk doe.
Dus wanneer iemand zegt dat hij niet van goochelaars houdt, probeer ik hem meestal niet te overtuigen.
Ik zeg vaak iets in de richting van:
“Dat mag natuurlijk. Maar ik denk dat je dit toch leuk gaat vinden. Laten we gewoon één effect doen voor de groep. Vind je het niets, dan ben ik meteen weer weg.”
Meestal is dat genoeg.
Want uiteindelijk draait mijn werk veel meer om mensen dan om trucs.
En soms levert dat verrassende situaties op.
Zo stonden een collega en ik ooit op een terras van een restaurant in Loosdrecht.
Aan één tafel zaten twee dames die aanvankelijk niet bijzonder enthousiast waren over het idee van een goochelaar aan tafel.
Maar goed.
Eén effect.
Dat was de afspraak.
Dat ene effect werden er twee.
Daarna drie.
Daarna nog één.
En voor we het wisten stonden we daar geen tien minuten meer.
Maar bijna drie kwartier.
Wat begon als beleefdheid veranderde langzaam in nieuwsgierigheid.
En nieuwsgierigheid veranderde uiteindelijk in complete achterdocht.
Want tijdens één van onze laatste effecten gebeurde iets bijzonders.
Ik keek naar een voorwerp.
Mijn collega stond verderop.
En toch kon hij exact vertellen waar ik naar keek.
Dat vonden ze verdacht.
Heel verdacht.
Dus begon het onderzoek.
Misschien zat er een camera in mijn overhemd.
Logische gedachte.
Dus moest ik anders gaan staan.
Dat hielp niet.
Misschien kreeg iemand van het personeel signalen.
Ook die theorie werd onderzocht.
Dat hielp ook niet.
Misschien zat het in mijn knoopjes.
Dus werden mijn knoopjes verdacht.
Uiteindelijk stonden we daar in de winter op een terras.
Mijn collega met een dikke warmtedeken volledig over zijn hoofd zodat hij absoluut niets kon zien.
En ik met mijn overhemd open omdat men ervan overtuigd was dat ergens in mijn kleding een geheime camera verstopt moest zitten.
De situatie werd steeds absurder.
Het effect bleef werken.
En de verklaringen werden steeds wanhopiger.
Het mooiste vond ik misschien nog wel de mensen die voorbij liepen.
Want probeer je dat beeld eens voor te stellen.
Twee dames aan een terrastafel.
Een man met een warmtedeken volledig over zijn hoofd.
Een andere man met een half open overhemd.
Iedereen bloedserieus bezig met een mysterie op te lossen.
Ik vraag me nog steeds af wat voorbijgangers dachten dat daar aan de hand was.
Wat begon met:
“Ik hou eigenlijk niet van goochelaars.”
Eindigde met een compleet onderzoeksteam dat bereid was mijn kleding te demonteren om een antwoord te vinden.
En dat vind ik misschien wel het leukste aan dit vak.
Mensen denken vaak dat ze weten wat een goochelaar doet.
Totdat ze er eentje tegenkomen.