Of beter gezegd…
Zijn ze dat eigenlijk wel?
Tijdens een optreden hoor ik regelmatig iemand zeggen:
“Bij mij werkt het makkelijk hoor, ik ben al een paar biertjes verder.”
Mijn standaardantwoord is meestal:
“Gelukkig maar, dat staat ook op mijn contactformulier als vereiste.”
Dat is natuurlijk een grapje.
Want dronken mensen zijn vaak juist moeilijker.
Veel mensen denken dat magie draait om opletten.
Maar magie draait vaak om aandacht sturen.
Een verhaal volgen.
Keuzes onthouden.
Details oppikken.
En dat is precies waar het soms misgaat.
Een nuchtere toeschouwer volgt meestal vanzelf wat er gebeurt.
Een dronken toeschouwer doet soms iets totaal anders.
Die kijkt ineens naar links terwijl iedereen naar rechts kijkt.
Vergeet een keuze die hij zelf heeft gemaakt.
Of besluit midden in een uitleg ineens een compleet ander gesprek te beginnen.
Dat maakt hem niet makkelijker.
Dat maakt hem onvoorspelbaarder.
En soms mist hij juist de momenten die een effect zo onmogelijk maken.
Niet omdat de methode zo goed is.
Maar omdat hij toevallig net naar zijn vriend stond te zwaaien.
Dat maakt optreden op festivals soms extra uitdagend.
Maar ook extra leuk.
Want iedere situatie vraagt weer om een andere aanpak.
Kinderen vormen eigenlijk het tegenovergestelde probleem.
Die letten vaak verrassend goed op.
Soms zelfs beter dan volwassenen.
Alleen kijken ze op een totaal andere manier.
Volwassenen proberen vaak de methode te vinden.
Kinderen proberen het effect te verklaren.
Dat lijkt hetzelfde.
Maar dat is het niet.
Een volwassene denkt:
“Die kaart zal wel ergens verstopt zitten.”
Een kind denkt:
“Je hebt hem gewoon onzichtbaar gemaakt.”
En dat vind ik prachtig.
Soms heb ik meer dan honderd uur geoefend op een techniek.
Timing.
Beweging.
Hoeken.
Psychologie.
Publieksmanagement.
Alles om een bepaald effect mogelijk te maken.
En dan kijkt een kind me aan en zegt:
“Ja maar je hebt hem gewoon onzichtbaar gemaakt.”
Einde discussie.
Zaak opgelost.
Het mooie is dat kinderen vaak helemaal niet geïnteresseerd zijn in de dingen waar goochelaars mee bezig zijn.
Ze letten niet op de overtuigingen, de psychologische lagen of de momenten waarop ik probeer te bewijzen dat iets níét mogelijk is.
Ze slaan die stap vaak volledig over.
En gaan rechtstreeks naar hun eigen verklaring.
Soms zijn die verklaringen zó creatief dat ik er zelf iets van leer.
Dat klinkt misschien vreemd, maar kinderen en dronken mensen geven me regelmatig ideeën waar ik zelf nooit op zou zijn gekomen.
Wanneer een kind roept:
“Je hebt hem gewoon onzichtbaar gemaakt!”
of iemand op een festival zegt:
“Dat zat vast in je schoen!”
dan zit daar soms een gedachte achter die ik zelf nog nooit heb overwogen.
Niet omdat hun theorie klopt.
Meestal klopt die namelijk totaal niet.
Maar omdat ze naar hetzelfde effect kijken vanuit een compleet andere hoek.
En soms levert dat verrassende inzichten op.
Een nieuwe presentatie.
Een nieuwe afleiding.
Of zelfs een nieuwe manier om hetzelfde effect te bereiken.
Dat is ook de reden waarom optreden voor kinderen en volwassenen zo verschillend voelt.
Volwassenen proberen vaak te begrijpen.
Kinderen proberen vaak te geloven.
En beide groepen hebben hun eigen uitdagingen.
Maar als je mij vraagt wie het moeilijkst is?
Dan is het antwoord verrassend simpel.
Niet het kind.
Niet de scepticus.
En ook niet de dronken festivalganger.
De moeilijkste toeschouwer is degene die niet oplet.
Want magie gebeurt uiteindelijk in het hoofd van de toeschouwer.
En daarvoor moet je eerst zijn aandacht hebben.