Toen ik net begon als goochelaar had ik nog geen auto.
Dat betekende dat ik regelmatig met de fiets, bus of trein naar optredens reisde.
Sommige opdrachtgevers waren zelfs zo vriendelijk om me op te halen als er geen halte in de buurt was.
Op een dag had ik twee optredens gepland staan.
De eerste was in Hilversum, dezelfde stad waar ik woonde.
Dus ik stapte op de fiets richting een kinderfeestje op het vliegveld van Hilversum.
Een bijzondere locatie.
Motoren.
Bikers.
Kinderen.
En een goochelaar.
Een combinatie die je niet iedere dag tegenkomt.
Onderweg viel er iets van mijn fiets.
Ik stopte, raapte het op en reed verder.
Met mijn oortjes in.
Zonder ergens bij stil te staan.
Wat ik niet hoorde, was het geluid van een broek die besloot met pensioen te gaan.
Eenmaal aangekomen verzorgde ik een optreden van ongeveer een uur.
Kinderen enthousiast.
Ouders enthousiast.
Iedereen blij.
Niemand zei iets.
Na afloop ging ik richting station voor mijn tweede optreden van die dag.
In Haarlem.
Ik stapte uit de trein.
Keek op de klok.
Ruim op tijd.
Perfect.
Ik begon aan de korte wandeling richting de locatie.
En toen voelde ik ineens een koude wind op een plek waar normaal gesproken geen koude wind hoort te komen.
Ik stond stil.
En realiseerde me langzaam wat er aan de hand was.
Mijn broek was volledig uitgescheurd.
Van de achterste naad tot ver onder mijn bil.
Niet een klein scheurtje.
Niet iets wat je met een beetje goede wil kunt negeren.
Gewoon een serieus gat.
Een gat dat inmiddels al een volledig optreden had overleefd zonder dat iemand er iets over had gezegd.
Ik had geen reservebroek.
Geen tijd om naar huis te gaan.
Geen tijd om een nieuwe te kopen.
En over minder dan een half uur begon optreden nummer twee.
Gelukkig herinnerde ik me dat ik nog één veiligheidsspeld in mijn koffer had zitten.
Dus ik versnelde mijn pas richting de locatie.
Met één missie:
Mijn broek redden.
Eenmaal aangekomen dook ik direct een toilet in.
Na ongeveer dertig seconden werd duidelijk dat één veiligheidsspeld veel dingen kan oplossen.
Maar niet dit.
Dit probleem was groter dan het beschikbare budget aan veiligheidsspelden.
Dus moest ik improviseren.
Gelukkig had ik naast het goochelen jarenlang gewerkt als illustrator en 3D-artist.
Daardoor had ik een redelijke obsessie ontwikkeld voor perspectief, zichtlijnen en hoeken.
En ineens realiseerde ik me iets.
Misschien hoefde ik het probleem niet op te lossen.
Misschien hoefde ik er alleen voor te zorgen dat niemand het zag.
Dus dat deed ik.
Gedurende het hele optreden positioneerde ik mezelf zo dat niemand ooit een fatsoenlijke blik op mijn achterkant kreeg.
Ik draaide anders.
Liep anders.
Stond anders.
Benaderde groepen vanuit andere hoeken.
Alles volledig natuurlijk.
Althans…
Dat hoop ik.
Het resultaat?
Niemand zei iets.
Niemand reageerde.
Niemand leek iets te hebben gemerkt.
Tot op de dag van vandaag weet ik nog steeds niet of mijn plan daadwerkelijk zo goed werkte…
…of dat iedereen het zag en simpelweg te beleefd was om er iets van te zeggen.
Maar het optreden was een succes.
Ik kreeg complimenten.
Ik kreeg applaus.
En ik kreeg zelfs fooi.
Althans…
Ik ga er nog steeds vanuit dat die fooi voor de show was.