Het is een vraag die ik regelmatig krijg.
Soms is het Holland’s Got Talent.
Soms Vegas.
Soms televisie.
En heel soms kijkt iemand me aan alsof ik eigenlijk iedere avond in een gigantisch theater zou moeten staan.
Ik begrijp waar die gedachte vandaan komt.
Veel mensen zien een goochelaar als iemand die uiteindelijk op een groot podium hoort te eindigen. Met spotlights, rookmachines en een publiek van duizend man.
Dat is alleen nooit mijn droom geweest.
Sterker nog, als ik moet kiezen tussen een theater met duizend mensen of een groep van tien mensen om mij heen, kies ik bijna altijd voor die laatste.
Dat klinkt misschien vreemd.
Want een groot podium lijkt indrukwekkender.
Maar close-up magie heeft iets wat een podiumshow nooit volledig kan evenaren.
Het ontbreken van afstand.
Wanneer iemand op de zesde rij in een theater zit en een grote illusie ziet, denkt die persoon al snel:
“Daar zal wel iets achter zitten.”
En ik geef hem geen ongelijk.
Op een groot podium zijn er altijd dingen die het publiek niet volledig kan controleren.
Afstand.
Licht.
Decor.
Perspectief.
Zelfs wanneer hun theorie volledig verkeerd is, blijven mensen daar vaak in geloven. Simpelweg omdat ze nooit dichtbij genoeg komen om die gedachte te testen.
Bij close-up magie is dat compleet anders.
Dan staan mensen letterlijk naast je.
Ze houden de kaarten vast.
Ze bekijken de voorwerpen.
Ze controleren de attributen.
Ze zitten er met hun neus bovenop.
Soms zelfs iets té dichtbij.
Ik heb mensen gehad die letterlijk met hun handen in mijn zakken probeerden te kijken of daar iets verborgen zat.
Ik heb ooit meegemaakt dat een man zó graag wilde ontdekken hoe iets werkte, dat hij op de grond ging liggen en met zijn hoofd tussen mijn benen door omhoog probeerde te kijken.
Dat zijn momenten waarop je als goochelaar even denkt:
“Dit stond niet in het draaiboek.”
Ik vind dat juist fantastisch.
Veel goochelaars zien zo’n situatie als een probleem.
Ik zie het als een uitdaging.
Zodra iemand een mogelijke verklaring bedenkt, krijg ik de kans om die verklaring weg te nemen.
En als iemand een barricade neerzet, mag ik daar overheen springen.
Want uiteindelijk draait magie niet om het volgen van één vaste route.
Het draait om het bereiken van een onmogelijke uitkomst.
Soms via route A.
Soms via route B.
Soms via een route die ik vijf seconden eerder zelf nog niet kende.
Hoe meer theorieën iemand probeert te testen, hoe meer voldoening ik krijg wanneer die theorieën één voor één wegvallen.
Niet omdat ik wil winnen.
Maar omdat de uiteindelijke verwondering daardoor alleen maar groter wordt.
Wanneer iemand uiteindelijk geen logische verklaring meer overhoudt, ontstaat er iets bijzonders.
Niet omdat iets verborgen was.
Maar omdat alles open en zichtbaar leek, en toch onmogelijk bleek.
Dat is voor mij magie.
Daarnaast heb ik tijdens close-up magie contact met vrijwel iedereen.
Bij een podiumshow heb je vaak interactie met een paar mensen op de eerste rij.
De rest kijkt.
Klapt.
Lacht.
Maar blijft vooral toeschouwer.
Tijdens close-up magie wordt bijna iedereen deelnemer.
Iedere tafel.
Iedere groep.
Iedere reactie.
Dat maakt geen enkele show hetzelfde.
Er is nog een verschil waar veel mensen niet bij stilstaan.
Podium- en theatermagie zijn prachtige disciplines, maar brengen ook een compleet andere zakelijke realiteit met zich mee.
Een grote show vraagt vaak om techniek, licht, geluid, decor, transport en personeel. Veel illusionisten zijn bovendien afhankelijk van kaartverkoop.
Close-up magie werkt voor mij veel directer.
Ik stap binnen.
Ik ontmoet mensen.
Ik creëer verwondering.
En ik ga weer naar huis.
Daardoor kan ik mij volledig richten op wat ik het leukste vind:
Optreden.
En misschien nog belangrijker:
Veel optreden.
Want uiteindelijk maakt praktijk een professional.
Niet theorie.
Niet YouTube.
Niet boeken.
Publiek.
Echt publiek.
Ik heb het geluk dat ik ongeveer 300 optredens per jaar mag verzorgen.
Dat betekent honderden verschillende groepen.
Honderden verschillende situaties.
En honderden momenten waarop iets nét anders loopt dan verwacht.
Juist daardoor blijf ik groeien.
Iedere show leert je iets nieuws.
Iedere tafel leert je iets nieuws.
Iedere reactie leert je iets nieuws.
Misschien verklaart dat ook waarom ik zo van close-up magie ben gaan houden.
Mijn optredens draaien niet om afstand, rookmachines of grote decorstukken.
Ze draaien om echte interactie.
Echte gesprekken.
Echte reacties.
En uiteindelijk ook om echte relaties.
Vrijwel al mijn opdrachten komen via mond-tot-mondreclame.
Niet via spam.
Niet via koude acquisitie.
Niet via agressieve marketing.
Maar via mensen die de magie zelf hebben ervaren.
Mensen die mij later opnieuw boeken.
Of aanbevelen aan vrienden, collega’s en familie.
Ik zeg wel eens gekscherend dat ieder optreden gemiddeld twee nieuwe optredens oplevert.
Niet omdat daar een geheim systeem achter zit.
Maar omdat verwondering graag wordt doorverteld.
Dat sneeuwbaleffect is voor mij misschien wel het mooiste compliment dat je als artiest kunt krijgen.
Niet dat iemand een effect onthoudt.
Maar dat iemand maanden later nog steeds weet hoe hij zich voelde.
En besluit dat gevoel ook aan anderen te gunnen.
Dus wanneer iemand zegt:
“Je moet naar Holland’s Got Talent!”
Dan zie ik dat vooral als een groot compliment.
Ik heb alleen al gevonden wat ik zocht.
Geen miljoenen kijkers op afstand.
Maar echte mensen.
Van dichtbij.
Precies daar waar magie voor mij het sterkst voelt.