Niet alles is standaard

Tijdens een bedrijfsfeest stond ik een kaarteffect uit te voeren.

Zoals zo vaak had ik een vrijwilliger uit het publiek gevraagd om mee te helpen.

Op een bepaald moment gaf ik haar een kaart en zei ik automatisch:

“Leg één hand op de kaart en houd je andere hand erboven, zodat ik er niet meer bij kan.”

Een zin die ik waarschijnlijk al honderden keren had uitgesproken.

Misschien zelfs duizenden.

De dame keek me vriendelijk aan.

En toen viel het kwartje.

Ze had maar één hand.

Daar stond ik dan.

Mijn zorgvuldig ingestudeerde instructie bleek ineens niet helemaal toepasbaar.

Gelukkig konden we er allebei om lachen en was het probleem snel opgelost.

Sterker nog, achteraf maakte het het effect eigenlijk alleen maar interessanter.

Eén van de dingen die veel mensen niet weten, is dat magie vaak sterker wordt wanneer het in de handen van de toeschouwer gebeurt.

Als ik een voorwerp in mijn eigen hand laat verdwijnen, denken mensen:

“Knap.”

Als hetzelfde voorwerp verdwijnt terwijl een toeschouwer het zelf vasthoudt, wordt het ineens een heel ander verhaal.

Dan verandert “knap” vaak in “onmogelijk”.

Juist daarom probeer ik mensen zo veel mogelijk onderdeel van de magie te maken.

Alleen bleek dat deze keer iets ingewikkelder.

Want het effect was oorspronkelijk ontworpen voor twee handen.

En als je maar één hand hebt, wordt het lastig om een voorwerp volledig te bedekken.

Dus waar normaal één persoon centraal staat, ontstond nu spontaan een samenwerking tussen twee mensen.

De ene hield het voorwerp vast.

De andere hielp mee.

En uiteindelijk beleefden ze samen het moment waarop het onmogelijke gebeurde.

Achteraf vond ik dat misschien nog wel mooier.

Want in plaats van één herinnering voor één persoon, ontstond er een gezamenlijke herinnering.

En uiteindelijk is dat misschien wel waar magie om draait.