Als mensen vragen hoe je beter wordt als goochelaar, verwachten ze meestal een antwoord over oefenen.
Meer uren.
Meer technieken.
Meer effecten.
Maar de meeste groei komt zelden uit perfecte optredens.
Die zijn natuurlijk fijn.
Je doet wat je altijd doet.
Het werkt.
Iedereen blij.
Einde verhaal.
Maar een moeilijke show?
Daar leer je van.
Kinderen die niet luisteren.
Een microfoon die uitvalt.
Een ballonpomp die breekt.
Een broek die besluit open te scheuren op weg naar je volgende optreden.
Dat zijn de momenten waarop je ontdekt hoe flexibel je werkelijk bent.
Ik vergelijk het wel eens met navigeren.
Als de weg volledig vrij is, kan iedereen zijn bestemming bereiken.
Maar wat doe je als de weg afgesloten is?
Wat doe je als iemand precies de verkeerde vraag stelt?
Wat doe je als een vrijwilliger iets totaal onverwachts doet?
Wat doe je als een effect niet loopt zoals je had verwacht?
Dat zijn de momenten waarop ervaring ontstaat.
Ik heb in mijn carrière duizenden optredens mogen verzorgen.
En als ik terugdenk aan al die jaren, herinner ik me opvallend weinig perfecte shows.
Maar de bijzondere momenten?
Die vergeet ik nooit meer.
De man die onder mijn benen ging liggen om een geheim te ontdekken.
De jongen die mij op een kinderfeestje vertelde dat hij mijn pik eraf zou bijten.
De broek die besloot dat één optreden per dag voldoende was.
Dat zijn de verhalen die blijven hangen.
Niet omdat ze volgens plan verliepen.
Maar juist omdat ze dat niet deden.
Misschien is dat ook waarom ervaring zo moeilijk uit te leggen is.
Je bouwt het niet op tijdens de momenten waarop alles werkt.
Je bouwt het op tijdens de momenten waarop je moet improviseren.
Tijdens de momenten waarop je een oplossing moet vinden.
Tijdens de momenten waarop je geen idee hebt wat er over vijf seconden gaat gebeuren.
En hoe gek het ook klinkt…
Soms zijn juist de slechtste shows de beste leraren.